Rugproblemen

Inleiding

Problemen en ziekten van de rug komen zeer frequent voor, maar zijn beter te begrijpen als je weet hoe de wervelkolom in elkaar zit.
Zo’n 75% van de mensen heeft gedurende zijn of haar leven wel eens een periode van rugpijn. Het is de meest voorkomende klacht waarvoor iemand onder de 40 jaar hulp zoekt bij de huisarts.
Meestal betreft het pijn laag in de rug. Langdurige arbeidsongeschiktheid wordt in een groot deel van de gevallen hierdoor veroorzaakt. Bij een klein deel van de mensen echter zullen de klachten chronisch worden.
Rugpijn komt bij mannen en vrouwen even vaak voor. Bij de huisartsen zijn de consulten wegens lage rugpijn voor 70% eenmalig. In de open bevolking komt lage-rugpijn, in meer of mindere mate, in 50-80% binnen één jaar terug en in het algemeen zal rugpijn frequenter en/of ernstiger terugkomen bij patiënten die in het verleden veelvuldig en/of langdurig rugpijn hadden.

Er zijn een aantal risicofactoren bekend die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van lage-rugklachten. Een aantal van deze factoren komt vaker terug. Bijvoorbeeld:
• veel tillen in combinatie met draaiende bewegingen (met name met gestrekte benen/knieën);
• lang in één houding blijven zitten of staan (op het werk, thuis);
• repeterend werk doen;
• plotselinge hevige inspanningen verrichten;
• blootgesteld zijn aan veel trillingen;
• overgewicht hebben;
• roken;
• last hebben van depressiviteit;
• te weinig lichaamsbeweging hebben.

Anatomie

De rug is opgebouwd uit 7 cervicale wervels (nek), 12 thoracale wervels (borst), 5 lumbale wervels (lenden), 5  sacrale wervels (heiligbeen) en 3-5 coccygeale wervels (staartbeen).

De wervelkolom

De bouw van de wervels loopt bijna volgens hetzelfde patroon, echter de wervels verschillen in grootte. Tussen alle elkaar opvolgende wervels zijn bewegingen in diverse richtingen mogelijk. De gehele wervelkolom is te beschouwen als een gelede ketting, waarbij de rigide (stijve) benige wervels ’geschakeld’ zijn via tussenwervelschijven, banden en spieren. Deze zijn meer of minder elastisch en laten daardoor bewegingen van de wervelkolom toe. De botten, tussenwervelschijven, banden en spieren zorgen samen voor de stabiliteit en beweeglijkheid van de wervelkolom.

Aan de wervelboog zijn de facetgewrichten (tussenwervelgewrichten) bevestigd. De wervellichamen zijn op elkaar gestapeld.
Tussen twee wervellichamen zit de discus (tussenwervelschijf). Door de opeenvolgende wervelbogen ontstaat een buis waarin het ruggenmerg loopt. In het ruggenmerg bevinden zich de zenuwbanen. Twee wervels met daartussen een tussenwervelschijf vormen samen een bewegingssegment.

Bewegingssegment

Tussen de wervels komen aan weerszijden de zenuwen uit het ruggenmerg tevoorschijn. Ze gaan onder andere naar armen en benen en zorgen voor het gevoel en de motoriek (het aansturen van de spieren).

Een van de belangrijkste structuren in de rug is de discus. De functie van de discus is schokdemping en het mogelijk maken, maar ook afremmen van de beweeglijkheid. Vrijwel 80 procent van de rugklachten vindt zijn oorsprong in een afwijking van deze structuur.
De discus is opgebouwd uit een eiwitrijke en waterhoudende kern die de nucleus heet. Er omheen ligt een stugge vezelrijke ringvormige structuur die aan de boven- en onderliggende wervel stevig is verankerd, de annulus.
Als de waterhoeveelheid op peil is zal de discus zorgen voor de juiste afstand tussen de wervels. Dit betekent een goede passieve stabiliteit van de rug.

Discus

Degeneratie

Bij het ouder worden neemt het vermogen dit water vast te houden steeds meer af. Dit is de discusdegeneratie die altijd bij het ouder worden ontstaat. De afstand tussen de wervels neemt af, waardoor de zenuwen in de knel kunnen raken en daarnaast de passieve stabiliteit tussen twee wervels verloren gaat.
Het merendeel van de rugklachten ontstaat door het niet meer functioneren van de tussenwervelschijf. We noemen dit passieve instabiliteit.
Een en ander is het gevolg van discopathie, het verouderen van de discus.

Discusdegeneratie

Chronische rugklachten

In sommige gevallen worden klachten chronisch. Een en ander is het gevolg van processen in het lichaam die we nog niet helemaal kennen.
Veel van deze processen zijn mentale processen. Hiermee wordt bedoeld dat een aantal reacties die in ons lichaam plaatsvinden, onder invloed staan van psychologische factoren zoals b.v. verdriet, teleurstelling, stress, etc..
Pijn levert echter ook een ontwijkend gedrag op waardoor de patiënt vaak in een neerwaartse spiraal terechtkomt. De fysieke conditie neemt dan af, terwijl juist een goede conditie van het spierkorset (o.a. bekken-, buik- en rugspieren) van zeer groot belang is om de verloren passieve stabiliteit van de rug actief te compenseren. In het algemeen hebben chronische rugklachten dan ook een multifactoriële oorzaak.

Afwijkingen aan de rug

In grote lijnen komen in de wervelkolom de volgende afwijkingen voor:
• Wervelkolomvergroeiingen (scoliose met bochelvorming, versterkte kyfose (te bolle rug), spondylolisthesis (wervelafglijding), Scheuermann);
• Wervelfracturen verse fracturen of een verouderd letsel;
• Wervelkolomtumoren (kanker) en metastasen (uitzaaiingen);
• Wervelkolominfecties.

Scoliose is een afwijking van de vorm van de wervelkolom in de zijdelingse en voorachterwaardse richting. Meestal (in 80%) is er geen oorzaak aan te wijzen en spreken we van een idiopatische scoliose.
In een klein aantal van de gevallen is er een groei- of ontwikkelingsstoornis in de bouw van een of meerdere wervels.
Soms ontstaat een scoliose t.g.v. een spierziekte.

Scoliose is soms al bij de geboorte aanwezig, maar openbaart zich meestal tijdens de groei van baby naar volwassene, vaak rond de leeftijd van tien jaar. De oorzaak kan liggen in afwijkingen van het bot, de zenuwen, de spieren of het bindweefsel. Een scoliose kan ook pas op latere leeftijd ontstaan. Vaak is dit een gevolg van het verouderingsproces.

Scoliose geeft - zeker bij kinderen - op zich geen pijn, maar heeft wel een vermindering van de longwerking tot gevolg. Op latere leeftijd kan scoliose wel leiden tot pijn en vermoeidheid. Is de scoliose op latere leeftijd ontstaan dan geeft zij vaak veel pijnklachten en bewegingsbeperkingen. Hoe eerder een scoliose wordt ontdekt, des te beter kan de behandeling zijn. De behandeling is er in de eerste plaats op gericht verdere verkromming van de wervelkolom tot stilstand te brengen. Dit kan met behulp van een brace en gerichte training van het spierkorste en houding. Vaak neemt de behandeling jaren in beslag.

Scoliose

Als er sprake is van afglijden van een wervel, met daarbij het gehele bovenliggende deel van de wervelkolom, ten opzichte van de eronder liggende wervel, spreekt men van een spondylolisthesis. Er is een indeling in 3 verschillende graden.

Dit verschijnsel komt vooral lumbaal (onderrug) voor en zie je doorgaans wanneer er tevens een (spondylo)lysis (defect aan de boog) aanwezig is, of een onderontwikkeling van de facetgewrichten.
Een spondylolisthesis veroorzaakt veelal instabiliteit en pijn in de onderrug, met uitstraling naar 1 of beide benen.

Spondylolisthesis

De ziekte van Scheuermann is een groeischijfstoornis van het wervellichaam aan de voorbovenzijde waardoor er een versterkte kromming naar voren optreedt. Dit gebeurt pas als tenminste drie opeenvolgende borstwervels zijn aangedaan. Als de groei voorbij is spreken we van een verouderde Scheuermann.

Wervelfracturen ontstaan ten gevolge van een trauma waarbij de rug in loodrechte en/of voorachterwaartse richting sterk belast wordt. Dit gebeurt bij een val van grote hoogte en bij verkeersongevallen.

Wervelfractuur

Osteoporose (botontkalking) is een ziekte waarbij het bot steeds meer openingen bevat: het wordt dus poreuzer. De botten zijn dan minder dik en minder stevig. Daardoor kunnen er uiteindelijk botbreuken optreden, tevens kan het leiden tot pijn en verlies van zelfstandigheid.
Het beendergestel wordt in de jeugd opgebouwd en verandert nog als we niet meer in de groei zijn. Bij een gezonde volwassene worden voortdurend microscopisch kleine deeltjes in het bot afgebroken en weer nieuw bot aangemaakt. Bot is levend weefsel dat zich steeds vernieuwt. Dat proces heet de botombouwcyclus. Per jaar wordt meer dan 10% van onze botten vernieuwd. Bij jonge mensen, ongeveer tot het 35ste jaar, neemt de botmassa toe. De botten worden zwaarder en steviger. Er wordt namelijk meer bot aangemaakt dan er wordt afgebroken. Na het 35ste jaar blijft de hoeveelheid bot min of meer gelijk; de aanmaak van botweefsel is even groot als de afbraak. Dat duurt ongeveer tot het 50ste jaar. Hierna raakt het evenwicht tussen opbouw en afbraak echter verstoord: er wordt meer bot afgebroken dan er nieuw wordt aangemaakt. Bij vrouwen wordt dat proces ook nog versterkt als zij in de menopauze (overgang) komen. Dat zit zo: het vrouwelijk hormoon oestrogeen remt de botafbraak. Daar het lichaam na de menopauze veel minder oestrogeen produceert, wordt de botafbraak ook minder afgeremd. Hierdoor krijgt de botafbraak nog sterker de overhand. Botontkalking komt hierdoor bij vrouwen veel vaker voor dan bij mannen.
Vanaf de overgang - meestal rond het vijftigste jaar - treedt er bij alle vrouwen botverlies op. Maar de ene vrouw loopt veel meer kans op botbreuken dan de andere. Zo zijn blanke vrouwen en vrouwen van Aziatische afkomst gevoeliger voor botontkalking en lopen tengere vrouwen die van nature al dunne botten hebben, meer kans op botontkalking en botbreuken. Erfelijkheid speelt een rol. Wie minder mobiel wordt, krijgt minder sterke botten. Flink bewegen stimuleert de botopbouw. Sommige medicijnen bevorderen bij langdurig gebruik de botafbraak. Door aanleg, een ziekte of een operatie aan de eierstokken kan een vrouw vervroegd in de overgang komen. Dan begint de botafbraak eerder en is de kans op botontkalking en dus ook op botbreuken groter.
Bij osteoporose op oudere leeftijd kan een wervellichaam ook spontaan inzakken, b.v. bij het missen van de laatste traptrede.

Osteoporose

Werveltumoren zijn in veel gevallen metastasen (uitzaaiingen) van maligne (kwaadaardige) gezwellen elders in het lichaam.

Werveltumor

Infecties van de wervelkolom komen niet zo vaak voor.
Bij jonge kinderen kan als gevolg van een infectie elders in het lichaam een ontsteking van een tussenwervelschijf ontstaan, een discitis.
Ook kan er als gevolg van een operatie aan de rug een ontsteking van een tussenwervelschijf optreden, b.v. na een hernia operatie.

Discitis

Veel vaker nog dan de hierboven genoemde ziektebeelden komen de afwijkingen voor die ontstaan door veroudering. Daaronder vallen:
• de zogeheten hernia;
• pijnklachtensyndroom na eerdere herniaoperaties;
• wervelkanaalstenose (een vernauwing van het wervelkanaal of van het zenuwwortelkanaal door bv. arthrose, of osteoporose).

Discopathie
Tijdens het volwassen leven ontstaat er een veroudering van alle weefsels in ons lichaam. In de rug uit zich dat in het uitdrogen van een of meerdere tussenwervelschijven. We spreken dan van een discopathie. De rug verliest hierdoor zijn stabiliteit. Er ontstaan vaak klachten bij een statische belasting van de rug, zoals langere tijd stilstaan, stilzitten en/of slenteren. We gebruiken dan minder (tot niet) onze bekken-, buik- en rugspieren, die als een natuurlijk spierkorset de passieve instabiliteit actief kunnen compenseren.

De pijnklachten worden veroorzaakt door de zenuweindjes op de achterwand van de discus, maar ook door een eventuele beknelling van een zenuw. Daarnaast veroorzaakt de inzakking van de discus een overbelasting van de facetgewrichtjes, die dan ook een bijdrage aan de pijn leveren.
Een stijve rug bij het opstaan is vaak een teken van overbelasting of beginnende slijtage van deze gewrichten.
Zowel de discopathie als de overbelastte facetgewrichten kunnen behalve rugpijn ook uitstralende pijn veroorzaken. Deze pijn is soms moeilijk te onderscheiden van de beenpijn bij een hernia. Meestal ontstaat dat laatste vrij plotseling zonder dat daarvoor langdurig rugpijn heeft bestaan.

Degeneratie

Hernia Nucleus Pulposi (HNP)
Slechts bij 5% van de mensen met acute rugpijn is er sprake van een HNP, een Hernia Nuclei Pulposi. Een hernia is een uitstulping van de nucleus (de kern van de discus) door de stevige annulus (de buitenring van de discus).
De uitstulping drukt op de passerende zenuwwortel die daardoor geïrriteerd raakt en pijn doet. Vaak gaat de pijn samen met paresthesie (tinteling) en /of een hypesthesie (verminderd gevoel).
De klachten verlopen altijd precies in het traject dat de zenuw aflegt. Daardoor worden deze stoornissen in een specifiek deel van het been ervaren. Hierdoor is heel eenvoudig een inschatting te maken op welk niveau van de wervelkolom de problemen zich bevinden.
Gelukkig geneest bij 2 van de 3 mensen een HNP spontaan en zonder operatie.

Hernia Nucleus Pulposi

Kanaalstenose
Bij het vorderen van de leeftijd is al vastgesteld dat de tussenwervelschijven en de facetgewrichten verouderen en daardoor de stabiliteit van de rug minder wordt.

Degeneratie

Daarnaast ontstaat door die slijtage van de facetgewrichten een verstijving van de rug, maar ook een vernauwing van het ruggemergskanaal.

Stenose

De passerende zenuwwortels kunnen daardoor in het gedrang komen of zelfs ernstig in de knel. Vaak wordt dit bemerkt door een verminderde loopafstand omdat dan de benen pijn gaan doen of niet meer voldoende gestuurd kunnen worden.
Soms is een ruimteherstellende operatie nodig om op de been te blijven.

Kanaalstenose

Behandeling

Behandeling rugpijnklachten
Mogelijke behandelvormen voor de hierboven beschreven rugproblemen zijn:
• fysiotherapie;
• Medische TrainingsTherapie;
• gewichtsvermindering;
• aanpassen werk- en leefomstandigheden;
• ondersteunende corsetten;
• operatie (bv. Spondylodese, hernia operatie).

Fysiotherapie
Het menselijk lichaam is een verbazend knap en goed georganiseerd geheel van spieren, botten en gewrichten waar we dagelijks op moeten kunnen rekenen. Lopen, staan, springen, bukken, het zijn vaak volkomen vanzelfsprekende bewegingen. Dat bewegen niet zo vanzelfsprekend is, beseft u pas als u ergens last van krijgt. Als het lichaam even niet meewerkt.

Jaarlijks gaan zo’n 2,5 miljoen mensen, jong en oud, naar de fysiotherapeut. Omdat ze klachten hebben vanwege hun houding of omdat een beweging problemen oplevert. Het kan gaan om sportblessures, klachten opgedaan tijdens het werk, klachten vanwege een ongeval of ziekte, een verkeerde beweging of simpelweg omdat het lichaam ouder wordt. Uw fysiotherapeut adviseert, behandelt en begeleidt u, zodat u weer zo goed mogelijk uw dagelijkse leven kunt voortzetten. Gewoon boodschappen doen, op een verantwoorde manier sporten, weer aan het werk of, als u in een instelling verblijft, zelfs eerder naar huis. U leert hoe u door verantwoord te bewegen verdere problemen kunt voorkomen of beperken.

De behandeling is voornamelijk gericht op het geven van informatie en adviezen, oefenen en bewegen. Bij acute klachten zullen specifieke rugoefeningen de pijn niet zo snel doen verdwijnen, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat u zich beter voelt. Bij chronische/langdurige klachten leveren specifieke oefeningen aantoonbaar positieve resultaten op. Daarnaast krijgt u algemene informatie, adviezen en oefeningen gericht op uw houding en uw dagelijkse activiteiten. Verder krijgt u specifieke informatie en oefeningen voor dié problemen, die u tijdens het bewegen ervaart. Daar heeft u op termijn het meeste aan. De fysiotherapeut is vooral uw persoonlijke coach die helpt bij het herstel van uw klachten en bij het oppakken van uw dagelijkse activiteiten. U wordt zo begeleid dat u bij eventuele nieuwe rugklachten zelf weet wat u het beste kunt doen. Welke bewegingen wel goed gaan, wat u beter kunt vermijden, kortom, u leert uw rug meer te controleren.

Bewegen bij rugpijn
In bijna alle gevallen van rugpijn speelt inactiviteit een grote rol. Verder kan instabiliteit ontstaan door degeneratie of wel verouderingsprocessen (bijvoorbeeld: discopathie) opgevangen worden door het verstevigen van het spierkorset. Vandaar dat bij de behandeling van rugklachten Medische TrainingsTherapie voorop staat (mn. gericht op stabiliteit, coördinatie en houding). Hierbij dienen meerdere spiergroepen, dus niet alleen de rugspieren, getraind te worden. De fysiotherapeut is hierbij de aangewezen persoon.

Medische TrainingsTherapie

Links dhr. N. Groeneweg

Operatie
Bij een herniotomie (hernia operatie) wordt de uitstulping, maar ook een groot resterend deel van de nucleus verwijderd.
Na een aantal jaren zal daardoor een inzakking van de discus optreden, waardoor er opnieuw klachten kunnen ontstaan. Gelukkig is het percentage patiënten dat na een HNP operatie opnieuw klachten krijgt die dan weer voor behandeling in aanmerking komen kleiner dan 10%.

Eventueel kan dan een nieuwe operatie de inzakking opheffen en daardoor de zenuwwortel weer vrij maken. We spreken dan over een zgn. Spondylodese operatie.

Spondylodese operatie

Operatie indicatie
Pas als alle andere maatregelen niet (voldoende) helpen, komt een eventuele operatie aan de rug in aanmerking. Daarbij moet nauwkeurig worden bepaald welk niveau het meest instabiel en pijnlijk is. Dit is het symptomatisch niveau. Op grond van uitgebreid onderzoek kan in de meeste gevallen wel een oorzaak voor de pijnklachten worden gevonden.

Het is echter van groot belang alleen die discus te stabiliseren die aanleiding geeft tot de klachten. Een onderzoek dat daarbij goede informatie oplevert is een zgn. Discografie.
Bij dit onderzoek worden een aantal tussenwervelschijven (disci) met een naald aangeprikt, waarbij kan worden aangegeven of de betreffende discus de bekende rugpijn en/of beenpijn veroorzaakt.
Bij de operatie wordt de stabiliteit hersteld. De ingreep kan vanuit de achterzijde, de voorzijde of in combinatie worden uitgevoerd. Ook bestaat in sommige gevallen de mogelijkheid om twee wervels vast te maken met behulp van een zgn. laparoscoop in de buik (operatie aan de rug via een kijker door de buik).


Terug naar home 
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten. Alle rechten voorbehouden.
OrthoAdvice.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Webdesign SdH Vormgeving